Een bakkie soep met….Martin!
Een bakje soep met….
In deze serie maak je kennis met de mensen achter De Haagse Soepbus. De vrijwilligers, de leveranciers en de vertegenwoordigers van organisaties waar we mee samen werken. In deze aflevering is het -eindelijk- de beurt aan een SoeperStar van het eerste uur, tevens het financiële geweten van onze stichting, penningmeester Martin Duivesteijn.
Hoi Martin, wat is je favoriete soep?
“Ha, dat is natuurlijk de beroemde Duivesteijnsoep! Op zaterdag was het vaste prik dat mijn ouders soep gingen maken en die soep was zo lekker dat alle kinderen, later inclusief kleinkinderen, langskwamen om die soep te eten. De basis van de soep was veel groente en veel vlees, dat kon trouwens ook best een keer kip zijn, maar altijd met gehaktballetjes. Ik kan het niet anders omschrijven dan een oerdegelijke Hollandse soep, ik maak hem trouwens zelf nog steeds vaak. Heerlijk!”
Zou je hem ook maken voor de bezoekers van de Soepbus?
“Jazeker, dat heb ik ook wel eens gedaan. Nu moet je bij de Soepbus wel altijd een beetje rekening houden met wat mensen wel of niet eten, dus ik denk dat ik hem toen alleen met halal kip of zelfs helemaal vegetarisch heb gemaakt. Maar de Duivesteijnsoep viel ook daar goed in de smaak.”
Hoe ben je bij de Soepbus terecht gekomen?
“Uh, ik zou bijna zeggen dat het onvermijdelijk was. Voordat de Soepbus een zelfstandige stichting werd was het natuurlijk een onderdeel van de Kessler Stichting en ik was tot aan mijn pensionering de financiële man van Kessler, tegenwoordig KesslerPerspektief. Nu weten we allemaal dat de Soepbus een roemrucht verleden heeft en dat was ook zo met het financiële aspect. Dus ik heb heel wat keren zitten puzzelen en met budgetten zitten schuiven om de Soepbus op straat te houden. In dit verband vind ik trouwens dat Ben Hoefnagels ook wel eens mag worden genoemd. Op een bepaald moment zette de Gemeente Den Haag out of the blue de subsidie helemaal stop. Ben heeft toen met zijn bedrijf CityGIS de exploitatie een jaar lang voor hun rekening genomen. Het is nooit chique om over bedragen te praten maar hij had daar ook een hele knappe nieuwe Mercedes voor kunnen kopen. Het was toen een echte lifesaver, later draaide de gemeente gelukkig weer bij, maar zonder die ingreep was het einde Soepbus geweest.”
Ok, maar hoe ben je nu bij de Soepbus terecht gekomen?
“Oh ja, haha, dat was je vraag. Even snel vooruit spoelen dan, Bram Schinkelshoek, destijds directeur van Kessler wilde van de Soepbus een zelfstandige stichting maken. Voor het nieuw te vormen bestuur zocht hij iemand die én verstand van de Soepbus én van financiën had, dus hij kwam al snel bij mij terecht. Vandaar dat ik in eerste instantie onvermijdelijk zei. Bram wist namelijk ook dat de Soepbus een apart plekje in mijn hart heeft, want toen ik nog gewoon bij Kessler werkte was ik op vrijwillige basis een van de mensen die in geval van nood altijd gebeld kon worden om de Soepbus te rijden.”
Wow! Dus je bent niet alleen Soepbus Royalty maar ook een van de Founding Fathers!
“Nou, die termen vind ik allemaal zwaar overdreven. Ik vind het vooral fijn om me voor de Soepbus in te zetten. Net zoals ik dat ook voor de Voedselbank doe. Bij beide organisaties geldt dat je op een relatief leuke manier een probleem aanpakt dat in wezen natuurlijk helemaal niet leuk is. Het is echter wel keihard nodig en bij beide organisaties doe je dat samen met een groep fijne mensen. Dat is mooi.”
Ben je na je pensionering begonnen met vrijwilligerswerk?
Nee hoor, ik doe het eigenlijk mijn hele leven al. Vroeger kwam ik als kind veel in het buurthuis om mee te doen aan de activiteiten. Op een gegeven ogenblik word je ouder en dan transformeer je gaandeweg van deelnemer in begeleider. Voor je het weet ben jij dan de organisator van het jaarlijkse kamp waar jezelf als kind zo vaak met plezier aan deel hebt genomen. Op de voetbalclub was het precies hetzelfde. Als je in de A-selectie zit dan ga je eigenlijk automatisch meehelpen om trainingen te geven aan pupillen of een jeugdelftal begeleiden. Ik ben er eigenlijk gewoon ingerold en vind het tot de dag van vandaag mooi om te doen.”
Dat is een mooie afsluiting van dit interview!
‘Dat zou kunnen, maar ik ben nog niet klaar.”
Oh…
“Nee, ik wil de vrijwilligers van de Soepbus nog even een groot compliment maken. Van de mensen die we nu hebben heeft nog nooit iemand om een vrijwilligersvergoeding gevraagd en dat heb ik wel anders meegemaakt. We hebben ook wel eens mensen gevraagd om bijvoorbeeld in een bestuur te komen en dan was de eerste reactie; wat levert het op? Bij de Soepbus zet echt iedereen, van vrijwilliger tot bestuurslid en coördinator, zich onbaatzuchtig in om onze bezoekers te helpen. Dat maakt ze echt SoeperStars!
Ok, dat is een mooie afsluiting…
“Nou nog even! Ik wil namelijk ook onze donateurs en sponsors bedanken. Als Soepbus zijn we, naast de jaarlijkse subsidie van de Gemeente, volledig afhankelijk van giften en donaties en ik verbaas me soms echt over de hoogte van de bedragen die we mogen ontvangen en de organisaties die doneren. Sommige organisaties zou je het in eerste instantie nooit van verwachten, maar die maken dan toch een mooi bedrag naar de Soepbus over. Dat is fantastisch!”
Dus ze mogen je blijven verrassen?
“Kijk, nu hebben we een prima afsluiting!”


